Blog van Michaela de Groot

Blog van Michaela de Groot

Op het moment dat ik de stap nam om een eigen onderneming op te zetten in het schrijven van biografieën wist ik niet dat ik het zo fantastisch zou vinden als dat ik het nu vind.
Er lol aan beleven mijzelf te verwoorden op papier, dat was natuurlijk niet nieuw voor me. Dat ik dat ook zou ervaren wanneer ik het voor een ander zou doen, dat verraste me en wierp een nieuw licht op de zaak.

Het begint al met het interviewen dat aan het schrijven van een biografie voorafgaat. Dat is zo intens en wonderschoon. Wanneer ik na zo’n gesprek de deur uitloop heb ik regelmatig het gevoel dat zich iets magisch heeft voltrokken.

Afdalen in het leven dat achter je ligt gaat overduidelijk niet zonder slag of stoot.
Het is ook nogal wat, zo’n leven. Daarin heeft zich, echt geen leven uitgezonderd, van alles voltrokken.
Ieder leven kent tenslotte momenten van blijdschap en pijn, van verlies en dankbaarheid, van verbinding maar evenzogoed eenzaamheid. Daarop inzoomen waardoor iemand weer bij deze specifieke gevoelens uitkomt is intens maar blijkt bovenal helend.
Stap voor stap loop ik zo met die ander het pad naar het uiteindelijke doel…een beschreven leven. Ook dit is op zijn beurt weer verrijkend. Het tastbare ervan, de bundeling, het kunnen lezen en delen met lieven. Het is prachtig om te zien wat het met mensen doet.

Twee weken terug  mocht ik op een ochtend een stukje meelopen in het leven van een oude baas van 94 jaar. Ik werd meegevoerd in het leven van een bang jongetje, een leven vol aanpasgedrag en op tenen lopen, verhuizingen, schuilen onder de vloer, de liefde en het grote genieten van kamperen met het eigen gezin middenin de wildernis.
Met een hart en ziel vol van het meebeleven van deze ervaringen, stapte ik aan het eind van de ochtend in de auto en snorde vanuit Ursem naar Haarlem.

De vrouw die ik daar bezocht bezocht, bezat nog niet de helft van de levensjaren als de man die ik ‘s morgens had gesproken op zijn teller had staan. Toch was ze bezig met afscheid nemen van haar leven hier.
Ik interviewde haar terwijl ik op een stoel naast haar bed zat in het hospice.
Het was de eerste keer dat niet alleen de persoon die ik interviewde de tranen liet lopen. Ook bij mij liepen soms ineens de tranen over mijn wangen. Ik liet het maar gewoon gebeuren.

Het is tenslotte geen dagelijkse kost voor me om zo geconfronteerd te worden met de vergankelijkheid van het leven. Dat ik even mee mag balanceren daar op dat randje tussen hier en daar.
Want jee, wat moet het onvoorstelbaar pittig zijn zeg, om je kinderen, die de 10 jaar nog niet eens hebben bereikt, noodgedwongen los te moeten laten.

‘Mag ik je een knuffel geven’, vroeg ze me aan het eind van de middag? Vanuit haar bed strekte ze haar in flanel gestoken armen al naar me uit.
Ik zag zoveel emoties terug in haar gezicht. In haar ogen, in de lijntjes om haar ogen, de plooien langs haar mond, haar trillende lip en vooral in haar natte ogen die als grote blauwe poelen overliepen van liefde.

En daar zat ik dan, met de vrouw die twee uur daarvoor nog een vreemde voor mij was en met wie ik nu al zo’n sterke verbondenheid voelde. Minutenlang hielden we elkaar woordeloos vast.

Wanneer ik even laten de deur van het hospice doorloop naar buiten, sta ik op straat eerst een poosje stil.
Sterker dan ooit kom ik tot het besef dat het schrijven van levensverhalen niet alleen verrijkend is voor de persoon van wie ik het leven op papier zet. Het is minstens zo verrijkend voor mijn eigen leven.

Ik snuif de koude lucht door mijn neus naar binnen en kijk om mij heen.
Naar de kale bomen, de huizen, een man die diep weggedoken in zijn jas zijn hond aan de lijn voorttrekt.
Langzaam kom ik in beweging.
Ik voel hoe mijn voeten de straatstenen raken, de kou onder mijn jas kruipt en de wind aan mijn haren trekt.

En ik voel me zo onvoorstelbaar levend.

× App Mi!