Tekst: Michaela de Groot
klik door naar de website

Acht jaar oud gaat hij worden, mijn zoon Sam, 17 jaar geleden inmiddels, en het aller-allerliefst wil hij een hamstertje voor zijn verjaardag.
Sinds een week of zes wonen we met zijn drieën (Tim, Sam en ik) in een ienimini huisje te midden van uitbundig Schoorls groen. Nadat 10 maanden eerder de scheiding met hun vader in gang werd gezet is het met deze verhuizing een voldongen feit. Het formaat van het huisje zorgt voor een groot gevoel van nabijheid en geborgenheid en is daarmee de perfecte plek, vind ik, om de scheidingswonden te likken en bovenal de verbondenheid tussen mij en mijn jongens te bekrachtigen.

Mijn jongste schat verlangt naar een diertje voor zichzelf en ik geef hem groot gelijk. Maar tja, dieren in hokjes, het is en blijft een treurige bedoening wat mij betreft dus als er dan een hok moet komen dan in ieder geval een riante villa. Het feit dat wij onze intrek hebben gedaan in een Tiny house mag wat mij betreft geen reden zijn om hierop af te dingen. Gelukkig is er sinds kort een creatief en meedenkend lief in mijn leven. Onder zijn gouden handen ontstaat er in een mum van een tijd een majestueuze houten villa, die een minimum aan breedteruimte inneemt maar in plaats daarvan met maar liefst drie verdiepingen flink de lucht in tornt. Hamster zou zich zo via een vrolijk scala aan bamboe pijpen, touwbruggetjes en houten plankjes kunnen verplaatsen tussen de diverse woonlagen. Een betere woning is haast niet denkbaar.


En zo doet Hammie Hamster zijn intrede in ons leven en daarmee onze Schoorlse woning. Mijn 8 jarige zoon is de koning te rijk met zijn harige maatje en het gemak en de liefde waarmee hij omgaat met zijn hamstertje vertedert mij iedere dag opnieuw.
Hammie woont inmiddels een paar weken bij ons en we hebben hem allemaal in ons hart gesloten. Met zijn snelle beentjes holt hij kilometers lang enthousiast in zijn rat, trippelt soepel door zijn enorme bamboe buizenstelsel, vindt zijn weg door een doolhof van lego en staat dagelijks wel een paar keer rechtop, op alleen zijn achterste pootjes waarbij hij ons met zijn wijze kraalogen aanstaart.


Op een zondag, de jongens zijn bij hun vader tref ik het beestje tot mijn grote schrik levenloos aan in zijn hok.
Sam is intens verdrietig wanneer ik hem later die dag met pijn in mijn hart het nieuws vermeldt.


Er volgt een uitvoerig begrafenisritueel en daarna is het aan Sam om te beslissen wanneer hij vindt dat de tijd rijp is voor een nieuw hamstertje in zijn leven . Daar hoeft hij niet over na te denken en nog diezelfde dag rijden we naar de dierenwinkel om Hammie de tweede ons leven binnen te loodsen.

Hammie de tweede is al net zo aandoenlijk als zijn voorganger en we genieten allemaal weer volop van de kapriolen die hij uithaalt, de snelheid waarmee hij zich als een turbo jetski over Sam zijn bobbelige dekbed heen beweegt om zich vervolgens vliegensvlug te begraven in de minimale ruimte tussen kussen en kussensloop, lekker dicht tegen Sam zijn warme wang aan. Er bestaat voor Sam al snel geen betere manier om in slaap te vallen dan zo.
De angst om het gebeuren rondom Hammie de eerste heeft mij echter nog wel pittig in de greep. Vooral op de momenten dat Sam niet thuis is, check ik Hammie zijn staat van zijn op het neurotische af. Om de haverklap drentel ik die kant op. Gaat het goed met hem? Leeft hij nog? Slaapt hij nu of is er iets anders aan de hand? Menig keer sta ik met bonzend hart voor het hok om hem aan een vitaliteitscheck bloot te stellen. Zo ook op een vrijdagavond in november. Nadat ik een poosje heb zitten lezen in de huiskamer sta ik op en loop naar de slaapkamer van de jongens waar ik het licht aanknip. Nieuwsgierig buig ik mij voorover naar het hok. Tot mijn grote schrik tref ik daar Hammie in hijgende toestand aan. Het ademhalen kost hem zichtbaar moeite en hij heeft het zwaar. Wat is er aan de hand? Terwijl de adrenaline door mijn vaten giert schiet ik in de actie. In de woonkamer pluk ik het kartonnen Jip&Janneke koffertje van de tafel en kieper er in één beweging alle kleurpotloden uit. Met haastige pas loop ik naar het hok, schep met mijn handen een hoopje zaagsel in het koffertje en plant Hammie daarna voorzichtig op het bedje van zaagsel waarna ik de kartonnen deksel sluit. Op een drafje hol ik naar het huis van mijn buurvrouw en bel aan. ‘Hee Els, er is iets met de hamster aan de hand. Wil jij even met mij meekijken?’ Els trekt een bezorgde blik ‘Ja natuurlijk, maar wacht, ik gooi eerst even de katten naar buiten!’ Één minuut later laat ik Hammie los op de grote eettafel van Els en volgen we allebei nauwlettend het wel en wee van het beestje. Die dribbelt er eerst zonder blikken of blozen op los maar nog geen tien tellen later staat hij plotseling stil en gaat als een malle zitten hijgen. Dit patroon herhaalt zich. Overduidelijk niet oké dit! Ik bel de dierenarts en vlak daarna sjees ik met haastige wielen in mijn auto naar de dierenkliniek in Bergen om daar rond 22 uur de dierenarts te treffen.


Met vakkundige zorgvuldigheid wordt Hammie onderzocht door Mandy, de dierenarts. ‘Hij heeft een zaagselallergie.’ luidt al snel haar diagnose. ‘Het is nog zo’n jonkie en het is een zwak beestje. Het spijt me maar ik vrees dat hij de ochtend niet haalt’. Ze heeft de woorden nog niet uitgesproken of ik barst in snikken uit. ‘Nee, nee, dat kan echt niet. Dit beestje mag echt niét doodgaan!’ Huilend, met het hart op de tong vertel ik deze tamelijk onbekende dierenarts hoe de vork in de steel zit. ‘Dat hammie de hamster is van mijn achtjarige zoontje, de tweede in korte tijd omdat de eerste al snel overleed. Dat ik daarbij pas geleden gescheiden ben van zijn vader en we nog maar net in Schoorl wonen. Dat is allemaal al zoveel voor hem!’ roep ik ontstelt uit. Mandy kijkt me vol compassie aan terwijl ze me een doos tissues onder mijn neus duwt. Het huilen houdt maar niet op alsof er ergens diep in mij een sluis is opengezet en alle niet gehuilde tranen van tijden hebben besloten mee te liften op deze gelegenheid. ‘Deze hamster mag echt niet doodgaan. Dat is echt teveel, benader ik nog maar eens met klem terwijl ik met mijn mouw langs mijn ogen wrijf.


‘Oke’ zegt ze resoluut. We gaan er alles aan doen om hem in leven te houden! Ik geef hem nu een injectie antibiotica. Je neemt hem mee, zorgt voor een zaagselloze plek en waakt over hem vannacht. Houd hem goed in de gaten en druppel met dit pipet af en toe een paar druppels water in zijn bekje als hij zelf niet drinkt. Als hij de ochtend haalt zie ik je hier met hem om 9 uur en krijgt hij een tweede dosis antibiotica. Nogmaals, de kans dat hij het haalt is klein maar we gaan het proberen!’ Ik zucht van verlichting hoewel ik besef dat er van een overwinning nog lang geen sprake is. Maar zolang er leven is, is er hoop. Toch?
Direct nadat ik in de auto ben gestapt bel ik Frank, de vader van de jongens. Huilend doe ik mijn verhaal. ‘Zal ik met hammie naar jou toe komen? Ik wil dat Sam hem nog levend ziet voor hij misschien vannacht overlijdt. Het is even stil aan de andere kant. ‘Nou, het lijkt mij toch niet echt een handig tijdstip. Sam ligt al breeduit te slapen. Hij kan er nu toch verder niets mee.’ Zijn rustige stem kalmeert mij en ik kom wat tot bezinnen. Ik pruttel en snif nog wat na en rijd vervolgens met Hammie weer terug naar Schoorl waar Els op mij wacht. Uit de schuur vist ze een kistje tevoorschijn en samen scheuren we een stapeltje kranten aan snippers om de bodem mee te bedekken voor Hammie er naar toe verhuist om zo zaagselloos de nacht in te kunnen gaan.


‘Als er wat is vannacht en ik iets voor je kan doen altijd bellen he!’ drukt Els mij op het hart voor ik vertrek. Ze knijpt even zachtjes in mijn arm.


Er volgt een rusteloze nacht. Ik lig op de bank terwijl ik het kistje naast mij op de grond zet zodat ik er voortdurend zicht op heb. Diverse keren zie ik het zieke beestje heel ver weg zakken en voel ik dat hij zich al zachtjes verzoent met de dood die op zijn deurtje staat te kloppen. Dan por ik hem even stevig met mijn wijsvinger een paar keer priemend in zijn lijfje en met een paar flinke ademteugen veert hij dan, goddank, weer op. Wat ben ik blij wanneer het licht wordt en hij nog leeft. De hoop zwelt nog wat verder aan wanneer ik die zaterdagochtend tegen negenen in de auto stap om wederom naar de dierenarts te sjezen waar Mandy mij hartelijk ontvangt. Hammie krijgt een vers shotje antibiotica en knapt die dag zienderogen steeds wat verder op.

‘Hammie is heel erg ziek geweest Sam’ vertel ik mijn zoon later die dag wanneer hij weer bij mij is. ‘Hij is naar de dokter geweest en gelukkig heeft die hem weer beter kunnen maken maar Hammie is nog wel een beetje moe.’ Sam plukt zijn harige vriendje in één soepele beweging uit het kistje, brengt hem naar zijn mond en overstelpt hem met kusjes. ‘Oh lieve Hammie’ roept hij temidden van de zoendouche. ‘Niet doodgaan he!’ De tranen staan alweer gewillig te popelen achter mijn oogleden.

Een paar dagen later wanneer Hammie weer enthousiast door zijn leven en zaagselvrije villa raast, zoeken Sam en ik dierendokter Mandy op. Sam heeft een cadeautje voor haar, een prachtige tekening van Hammie in een mooi, houten lijstje.

Hammie de tweede leeft nog jaren monter en wel in ons midden tot hoogbejaarde hamsterleeftijd en toont daarmee vol overtuiging aan dat hoop doet leven en het leven na een scheiding gewoon doorgaat, al is het soms niet gemakkelijk.

Tekst: Michaela de Groot
klik door naar de website

× App Mi!